zondag 1 december 2019

Winter


Winter

Takjes, grashalmen en alles daar buiten
Leek zich eensgezind in elkaar te sluiten
Een witte overjas had zich alom meester gemaakt
Het werd zo knapperig dat het kraakt
Kleine gestalten huizen in dichte bomenkruinen
In bossen en stil verlaten wintertuinen
Lichtstraaltjes doorheen onbedekte ramen
Zij daarbinnen die zich in knusheid bekwamen
Het gezicht dat alleen was en niet samen
Sloeg de straat gade tot waterlanders kwamen
Kartonnen mantels in windarme hoeken
Zwervers die zich wat warmte zoeken
Uitstalramen met spijzen kwistig veel
Aan dit heeft de berooide geen deel
Klokken tikken verder, regelmatig en onverstoord
Niemand zag wie had, en wie was ontspoord
Niemand heeft gezien, niemand had ‘t gehoord
Enkel de winter vertelde het aan de lente voort

Geen opmerkingen:

Een reactie posten