Wat werd geschreven en, of gezegd
Scheurde kleren, maar niet het lijf
De verteller schreef het stuk
Onthaald op eenmalig handgeklap
Maar het slotapplaus bleef uit
Er werd heel diep gegraven
Zelfs als er niets te vinden was
Legde hij er de goudstaaf neer
Bezong de vondst uitvoerig
Echter deze vergiftigde leer
Behaagt alleen de goedgelovige
en de rechtvaardige tot afkeer
Modder werd de berg op gedragen
Wie ook de aandeelhouder was
Maar eenmaal de top bereikt
Is kar en zijn materie omgeslagen
en gewichtloos in het dal bezwijkt
De omgewoelde aarde en stenen
bracht menige monden bijeen
waar twijfel over kon ontstaan
werd naar waarheid blootgelegd
De snoodaard had dit begrepen
Naar eigenbelang ingegrepen
Wat samen hoorde, moest scheiden
Wat onthulde, diende omgebogen
Wat de stilte heeft verzwegen
Is wat hierin de waarheid was
Door Hem wordt dit alles gewogen
Wie de genade toebehoort
en de zonde van elk genas
Nooit zal een oor het horen
of door een mond worden gesproken
In vredigheid zal het voltooien
En met onze vergankelijkheid
In stilte toeplooien