Hof van Gethsémane
Goud kleurde Zijn gezicht in de avondzon
Fruit-, olijfbomen en Zijn schaduwteken
Waar de vallei van Josafat een brug ontgon
achter de omwalling van losse stenen
Koud was Hij binnenin, Zijn hart vol onrust,
de kelk was de Zijne, de schuld het mijne.
Hij lag neer, Zijn angstvol gezicht ter aarde
daar waar eensdags ook mijn lichaam rust.
Het dondert, regendruppelt in mijn ziel
Al wat ik voel wordt doormidden gereten
Mijn noodlot dat Hem op de schouders viel
Mijn daden worden Hem aangemeten
Zijn Geest en Schrift zal mij tot toonbeeld zijn
Opdat gerechtvaardigd ik zou opgaan
ik, verzonken tot schandelijk terrein
Voor mij aansprakelijk, is Hij voorgegaan

Geen opmerkingen:
Een reactie posten